Add parallel Print Page Options

43 Zorgt U voor mijn recht, God,
en voert U mijn verdediging tegen een goddeloos volk,
laat mij niet in de handen van oneerlijke mensen vallen.
U bent immers de God tot wie ik kan vluchten?
Waarom helpt U mij niet?
Waarom moet ik terneergeslagen rondlopen,
onderdrukt door mijn tegenstanders?
Stuur uw licht en uw waarheid om mij te begeleiden.
Laten zij mij naar uw heiligdom en naar uw woningen brengen.
Want dan kan ik weer naar uw altaar gaan,
naar U, die de God van mijn vreugde bent.
Ik wil U lofzingen met mijn citer.
U bent mijn God!
Waarom ben ik toch zo onrustig en terneergeslagen?
Ik wil op God vertrouwen,
Hem wil ik lofprijzen,
want Hij is mijn bevrijder en mijn God!

44 Een leerzaam gezang van de Korachieten voor de koordirigent.

God, onze ouders hebben ons steeds weer verteld
hoe U in de geschiedenis met ons volk hebt gehandeld.
Wij hebben het zelf gehoord.
Eigenhandig hebt U de volken weggejaagd
en onze voorouders in het land gezet.
U hebt andere volken verdrukt
en onze voorouders sterker laten worden.
Zij hebben echt niet
zelf het land veroverd,
noch hun zwaard,
noch hun lichamelijke kracht
heeft hen bevrijd.
Uw kracht
en uw zorg
hebben dat gedaan,
omdat U hen liefhad.
God, U bent mijn Koning,
zorgt U toch voor de verlossing van uw volk!
In uw kracht vellen wij onze tegenstanders
en in uw naam lopen wij hen die tegen ons in opstand komen
onder de voet.
Ik vertrouw niet op mijn boog
en verwacht geen verlossing van mijn zwaard.
U hebt ons bevrijd van onze vijanden,
hen die ons haten hebt U voor schut gezet.
Wij beroemen ons voortdurend op onze God,
uw naam zullen wij altijd prijzen.
10 Toch hebt U ons weggestuurd en vernederd,
U bent niet meegegaan met onze legers toen die optrokken.
11 U zorgde ervoor dat wij voor onze vijanden moesten wijken,
zij konden alles bij ons plunderen.
12 U hebt ons overgeleverd als vee dat wordt geslacht.
Wij zijn onder andere volken verdeeld geraakt.
13 U hebt uw volk voor een spotprijs van de hand gedaan,
van dat geld bent U niet rijk geworden.
14 Onze buren roddelen over ons,
U hebt ons bespottelijk gemaakt voor hen die rondom ons wonen.
15 Onze schande is spreekwoordelijk geworden bij andere volken,
ze schudden het hoofd om ons.
16 Dag in, dag uit denk ik aan mijn schande,
ik durf mij niet meer te vertonen
17 vanwege de woorden van de roddelaars
en de blikken van mijn vijanden en hen die op wraak uit zijn.
18 Ondanks dit alles hebben wij U niet vergeten.
Ook hebben wij het verbond met U nooit ontkend.
19 Ons hart bleef op U gericht,
wij bleven op het rechte pad.
20 Desondanks hebt U ons op gevaarlijke plaatsen gebracht
en tastten wij soms geheel in het duister.
21 Als wij uw naam hadden vergeten
en vreemde goden vereerd zouden hebben,
22 zou God dat immers altijd merken?
Hij kent immers elke uithoek van het menselijk hart?
23 Werkelijk, ter wille van U zijn wij voortdurend in levensgevaar,
wij worden beschouwd als schapen op weg naar het slachthuis.
24 Word wakker! Waarom slaapt U, Here? Word toch wakker!
Laat ons toch niet meer in de steek.
25 Waarom keert U ons de rug toe?
Waarom trekt U Zich onze ellende en moeiten niet aan?
26 Wij stellen zelf niets meer voor
en liggen hulpeloos op de grond.
27 Sta op, Here, en help ons, bevrijd ons ter wille van uw goedheid en liefde.

45 Een leerzaam gezang van de Korachieten voor de koordirigent. Te zingen op de wijs van ‘De Lelies.’ Een liefdeslied.

Mijn hart trilt van vreugde.
Ik lees mijn gedicht voor aan een koning.
Mijn stem klinkt als de pen van een begaafde dichter.
U bent mooier dan welk mens ook
en wat u zegt is een lust voor het oor:
het is duidelijk dat God u heeft gezegend.
Gesp uw wapens aan, o held,
alles wat uw eer en waardigheid onderstreept.
Trek op en strijd voor eervolle zaken
als waarheid, recht en nederigheid.
Wij verwachten grote daden van u!
U bent klaar voor de strijd, u beheerst de volken.
Uw pijlen dringen tot in het hart van uw vijanden.
Uw troon, o goddelijke koning,
staat tot in eeuwigheid vast,
uw bewind is een rechtvaardig bewind.
U houdt van rechtvaardigheid en haat wetteloosheid.
Daarom heeft uw God u met vreugdeolie gezalfd,
u verkozen boven uw metgezellen.
U bent gekleed in pracht en praal,
u verheugt zich in lieflijke muziek uit prachtige paleizen.
10 Prinsessen zijn uw geliefden,
uw vrouw staat in het fijnste goud gehuld naast u.
11 Luister goed, mijn dochter, denk niet meer aan uw volk
en vergeet uw ouderlijk huis.
12 Laat het verlangen van de koning naar u uitgaan.
Hij is uw meester, voeg u naar hem.
13 Dan zullen de rijken der aarde u, dochter van Tyrus,
geschenken geven en naar uw gunst dingen.
14 De koningsdochter is oogverblindend gekleed,
haar gewaad is van goudbrokaat.
15 Wanneer zij naar de koning gaat,
draagt zij kleurrijk geborduurde japonnen.
In haar gevolg zijn haar vriendinnen en meisjes van adel.
16 Onder gezang en vreugdevol gejubel
worden zij het paleis van de koning binnengebracht.
17 Waar eens uw vaders stonden, zullen uw zonen staan.
U zult hen aanstellen tot heersers in het hele land.
18 Ik zal uw naam aan alle volgende generaties doorgeven,
men zal u altijd blijven prijzen.

Psalm 43

Mijn God, kom alstublieft voor mij op.
Wees mijn Rechter.
Ik word beschuldigd door een volk dat U niet wil dienen.
Help me te ontsnappen aan deze mensen die liegen en bedriegen.
Ik vraag U om mij te beschermen.
Waarom neemt U het niet voor mij op?
Waarom maken mijn vijanden me het leven zo moeilijk?
Ik loop in zwarte kleren vanwege alle ellende.
Leid mij, Heer.
Uw woord is als een lamp voor mij.
Uw woord zal me naar uw heiligdom leiden,
naar uw heilige berg.
Dan zal ik naar uw altaar gaan.
Daar zal ik met muziek over U jubelen en juichen.
Want U bent mijn God!

Ik zeg tegen mezelf:
"Waarom ben je zo treurig?
Waarom ben je zo onrustig?
Vertrouw op God!
Hem zal ik prijzen.
Hij is mijn Redder, Hij is mijn God!"

Psalm 44

Een lied voor de Korachieten,[a] om iets van te leren. Voor de leider van het koor.

God, we hebben het zelf gehoord.
Onze vaders hebben het ons verteld:
U heeft vroeger geweldige dingen voor hen gedaan.
U heeft Zelf volken uit hun eigen land weggejaagd
om onze voorouders daar een plaats te geven.
U heeft andere volken vernietigd,
en ons volk steeds groter gemaakt.
Niet met hun wapens hebben ze dit land veroverd.
Niet hun eigen kracht heeft hen geholpen.
Maar úw handen en úw kracht en úw liefde hebben dat gedaan,
omdat U van hen houdt.

U bent mijn Koning, God.
Red alstublieft uw volk.
Met úw hulp overwinnen we onze vijanden.
Met úw hulp slaan we hen neer.
Want ik vertrouw niet op mijn boog.
Mijn zwaard kan mij niet redden.
Ú redt ons van onze vijanden. Ú zorgt ervoor dat de mensen die ons haten
voor schut komen te staan.
We prijzen U de hele dag.
Voor altijd zijn wij blij met U.

10 Toch heeft U ons nu niet willen helpen.
We staan voor schut.
Want U heeft ons leger niet aangevoerd.
11 We hebben voor onze vijanden moeten vluchten.
Ze hebben ons geplunderd.
Ze namen mee wat ze maar wilden.
12 U heeft ons verhandeld als schapen die geslacht gaan worden.
U heeft ons verspreid onder andere volken.
13 U heeft ons verkocht voor een belachelijk lage prijs.
U bent er niet rijk van geworden.
14 U heeft ons voor schut gezet.
Onze buurlanden lachen ons uit.
15 Ze maken grappen over ons.
Ze schudden spottend hun hoofd.
16 De hele dag door kan ik aan niets anders denken.
Ik schaam me verschrikkelijk.
17 De hele dag beledigen ze mij.
Aldoor zijn ze uit op wraak.

18 Ook al is ons dit allemaal overkomen,
tóch zijn we U niet vergeten.
Tóch blijven we vasthouden aan uw verbond met ons.
19 We blijven op U vertrouwen.
We blijven de weg volgen die U ons heeft gewezen.
20 Waarom heeft U ons dan verlaten,
ons achtergelaten tussen de wilde dieren?
Waarom laat U ons in het donker ronddwalen?
21 Als we onze God vergeten zouden zijn,
en vreemde goden zouden hebben aanbeden,
22 dan zou U dat toch weten?
Want U weet alles van ons.
23 Maar omdat we op U vertrouwen,
is ons leven de hele dag in gevaar.
We worden behandeld als schapen die geslacht gaan worden.
24 Word wakker, Heer! Waarom slaapt U?
Sta op, Heer! Laat ons niet voor altijd in de steek!
25 Waarom blijft U op een afstand?
Ziet U onze ellende en moeilijkheden dan niet?
26 Hulpeloos liggen we in het stof.
Het is alsof we nooit meer zullen kunnen opstaan.
27 Kom ons helpen!
Red ons alstublieft, omdat U goed en liefdevol bent!

Psalm 45

Voor de leider van het koor. Een lied voor de Korachieten,[b] om iets van te leren. Een lied over de liefde, op de wijs van 'De lelies'.

Het borrelt in mij van woorden.
Ik mag de koning mijn gedicht voorlezen
dat ik over hem heb gemaakt!
Als een echte dichter draag ik hem mijn lied voor.

U ziet er prachtiger uit dan alle andere mensen.
Alles wat u zegt is verstandig.
Daarom zal God voor altijd goed voor u zijn.
Doe uw zwaard om, dappere held,
trek uw kostbaarste wapenrusting aan.
Trek er in volle pracht en praal op uit
en kom op voor het recht.
U zal geweldige overwinningen behalen.
Uw pijlen zijn scherp,
u overwint de volken.
Uw pijlen doorboren het hart van uw vijanden.
God, U regeert voor altijd en eeuwig.
U heerst als een rechtvaardig koning.
U houdt van rechtvaardigheid
en U haat onrechtvaardigheid.
O God, daarom heeft uw God u gezalfd
met méér blijdschap dan de anderen om u heen.
Uw kleren geuren van heerlijke parfum.
Uit uw met ivoor versierde paleiszalen klinkt prachtige muziek.
10 Prinsessen in dure kleren staan om u heen.
Uw vrouw staat naast u, gekleed in kostbaar goud uit Ofir.

11 Luister naar mij, prinses uit Tyrus.
Vergeet uw volk, vergeet het huis van uw vader.
12 Laat de koning genieten van uw schoonheid.
Buig u voor hem neer, want hij is uw heer.
13 De rijkste mannen van het land
zullen u geschenken brengen, dochter van Tyrus.

14 De prinses komt binnen.
Ze ziet er schitterend uit.
Haar jurk is versierd met borduurwerk van gouddraad.
15 In haar prachtige kleding
wordt ze door haar vriendinnen naar de koning gebracht.
16 De mensen juichen haar toe
als ze het paleis van de koning wordt binnengebracht.

17 Mijn heer de koning,
uw zonen zullen u later opvolgen.
U zal hen maken tot bestuurders over het hele land.
18 Ik zal u prijzen bij de mensen die later zullen leven.
Alle volken zullen u voor altijd prijzen."

Footnotes

  1. Psalmen 44:1 De familie van Korach was één van de families uit de stam van Levi die dienst deden bij het heiligdom van de Heer. De Korachieten werkten daar als poortwachters en zangers.
  2. Psalmen 45:1 De familie van Korach was één van de families uit de stam van Levi die dienst deden bij het heiligdom van de Heer. De Korachieten werkten daar als poortwachters en zangers.

Psalm 43[a]

Vindicate me, my God,
    and plead my cause(A)
    against an unfaithful nation.
Rescue me(B) from those who are
    deceitful and wicked.(C)
You are God my stronghold.
    Why have you rejected(D) me?
Why must I go about mourning,(E)
    oppressed by the enemy?(F)
Send me your light(G) and your faithful care,(H)
    let them lead me;(I)
let them bring me to your holy mountain,(J)
    to the place where you dwell.(K)
Then I will go(L) to the altar(M) of God,
    to God, my joy(N) and my delight.(O)
I will praise you with the lyre,(P)
    O God, my God.

Why, my soul, are you downcast?
    Why so disturbed within me?
Put your hope in God,
    for I will yet praise him,
    my Savior and my God.(Q)

Psalm 44[b]

For the director of music. Of the Sons of Korah. A maskil.[c]

We have heard it with our ears,(R) O God;
    our ancestors have told us(S)
what you did in their days,
    in days long ago.(T)
With your hand you drove out(U) the nations
    and planted(V) our ancestors;
you crushed(W) the peoples
    and made our ancestors flourish.(X)
It was not by their sword(Y) that they won the land,
    nor did their arm bring them victory;
it was your right hand,(Z) your arm,(AA)
    and the light(AB) of your face, for you loved(AC) them.

You are my King(AD) and my God,(AE)
    who decrees[d] victories(AF) for Jacob.
Through you we push back(AG) our enemies;
    through your name we trample(AH) our foes.
I put no trust in my bow,(AI)
    my sword does not bring me victory;
but you give us victory(AJ) over our enemies,
    you put our adversaries to shame.(AK)
In God we make our boast(AL) all day long,(AM)
    and we will praise your name forever.[e](AN)

But now you have rejected(AO) and humbled us;(AP)
    you no longer go out with our armies.(AQ)
10 You made us retreat(AR) before the enemy,
    and our adversaries have plundered(AS) us.
11 You gave us up to be devoured like sheep(AT)
    and have scattered us among the nations.(AU)
12 You sold your people for a pittance,(AV)
    gaining nothing from their sale.

13 You have made us a reproach(AW) to our neighbors,(AX)
    the scorn(AY) and derision(AZ) of those around us.
14 You have made us a byword(BA) among the nations;
    the peoples shake their heads(BB) at us.
15 I live in disgrace(BC) all day long,
    and my face is covered with shame(BD)
16 at the taunts(BE) of those who reproach and revile(BF) me,
    because of the enemy, who is bent on revenge.(BG)

17 All this came upon us,
    though we had not forgotten(BH) you;
    we had not been false to your covenant.
18 Our hearts had not turned(BI) back;
    our feet had not strayed from your path.
19 But you crushed(BJ) us and made us a haunt for jackals;(BK)
    you covered us over with deep darkness.(BL)

20 If we had forgotten(BM) the name of our God
    or spread out our hands to a foreign god,(BN)
21 would not God have discovered it,
    since he knows the secrets of the heart?(BO)
22 Yet for your sake we face death all day long;
    we are considered as sheep(BP) to be slaughtered.(BQ)

23 Awake,(BR) Lord! Why do you sleep?(BS)
    Rouse yourself!(BT) Do not reject us forever.(BU)
24 Why do you hide your face(BV)
    and forget(BW) our misery and oppression?(BX)

25 We are brought down to the dust;(BY)
    our bodies cling to the ground.
26 Rise up(BZ) and help us;
    rescue(CA) us because of your unfailing love.(CB)

Psalm 45[f]

For the director of music. To the tune of “Lilies.” Of the Sons of Korah. A maskil.[g] A wedding song.(CC)

My heart is stirred by a noble theme
    as I recite my verses for the king;
    my tongue is the pen of a skillful writer.

You are the most excellent of men
    and your lips have been anointed with grace,(CD)
    since God has blessed you forever.(CE)

Gird your sword(CF) on your side, you mighty one;(CG)
    clothe yourself with splendor and majesty.(CH)
In your majesty ride forth victoriously(CI)
    in the cause of truth, humility and justice;(CJ)
    let your right hand(CK) achieve awesome deeds.(CL)
Let your sharp arrows(CM) pierce the hearts(CN) of the king’s enemies;(CO)
    let the nations fall beneath your feet.
Your throne, O God,[h] will last for ever and ever;(CP)
    a scepter of justice will be the scepter of your kingdom.
You love righteousness(CQ) and hate wickedness;(CR)
    therefore God, your God, has set you above your companions
    by anointing(CS) you with the oil of joy.(CT)
All your robes are fragrant(CU) with myrrh(CV) and aloes(CW) and cassia;(CX)
    from palaces adorned with ivory(CY)
    the music of the strings(CZ) makes you glad.
Daughters of kings(DA) are among your honored women;
    at your right hand(DB) is the royal bride(DC) in gold of Ophir.(DD)

10 Listen, daughter,(DE) and pay careful attention:(DF)
    Forget your people(DG) and your father’s house.
11 Let the king be enthralled by your beauty;(DH)
    honor(DI) him, for he is your lord.(DJ)
12 The city of Tyre(DK) will come with a gift,[i](DL)
    people of wealth will seek your favor.
13 All glorious(DM) is the princess within her chamber;
    her gown is interwoven with gold.(DN)
14 In embroidered garments(DO) she is led to the king;(DP)
    her virgin companions(DQ) follow her—
    those brought to be with her.
15 Led in with joy and gladness,(DR)
    they enter the palace of the king.

16 Your sons will take the place of your fathers;
    you will make them princes(DS) throughout the land.

17 I will perpetuate your memory through all generations;(DT)
    therefore the nations will praise you(DU) for ever and ever.(DV)

Footnotes

  1. Psalm 43:1 In many Hebrew manuscripts Psalms 42 and 43 constitute one psalm.
  2. Psalm 44:1 In Hebrew texts 44:1-26 is numbered 44:2-27.
  3. Psalm 44:1 Title: Probably a literary or musical term
  4. Psalm 44:4 Septuagint, Aquila and Syriac; Hebrew King, O God; / command
  5. Psalm 44:8 The Hebrew has Selah (a word of uncertain meaning) here.
  6. Psalm 45:1 In Hebrew texts 45:1-17 is numbered 45:2-18.
  7. Psalm 45:1 Title: Probably a literary or musical term
  8. Psalm 45:6 Here the king is addressed as God’s representative.
  9. Psalm 45:12 Or A Tyrian robe is among the gifts